 |
Muhammad en Fatimah, zijn zus en nierdonor
Neem me niet kwalijk, dat ik nu pas het verhaal over mijn leven stuur, want ik vond het een beetje moeilijk te beginnen met het vertellen over mezelf.
Ik zal mijn verhaal beginnen op het moment dat ik op de SMP zat (junior high school/1993) en toen ik voor het eerst last kreeg met het functioneren van mijn nieren. Het allereerste symptoom was, dat ik vaak plotseling buikpijn had, waarvan de oorzaak onduidelijk was. Die buikpijn kwam vaak terug en ik ben er herhaalde malen mee naar de |
|
|
dokter geweest zonder dat ik beter werd. Daarna, in de eerste klas van de SMA (senior high school/1995), begon de stoornis in mijn nieren sterkere symptomen te vertonen. Mijn urine werd rood doordat er bloed in zat en ik voelde me erg ziek. Toen ben ik verpleegd in het Adventsziekenhuis gedurende ongeveer drie weken.
Nadat ik uit het ziekenhuis kwam, ben ik nooit meer op controle bij een dokter geweest. Eigenlijk wilde ik dat niet, omdat ik bang voor de dokter was en heel erg voor de injecties. Mogelijk is dat een oorzaak van mijn huidige nierfalen.
Toen ik naar college ging (1997), leidde ik een ongeregeld leven, ongeregeld op diverse gebieden. Ik at gewoonlijk ongezond, dronk weinig, sportte zonder op de tijd te letten en ik ging vaak bijzonder laat naar bed. Dit was mogelijk, doordat ik me in mijn sociale activiteiten tijdens mijn studie volledig vrij voelde, ver van oplettende ouders.
Eind 1999 kreeg ik zware hoofdpijn, moest ik veel overgeven en had ik hoge bloeddruk. Na een bloedcontrole werd me duidelijk gemaakt, dat ik aan acuut nierfalen leed en doordat mijn lichamelijke conditie met sprongen slechter werd, moest ik op 29 januari voor het eerst gedialyseerd worden.
De dialyseperiode was voor mij een sombere tijd en ik was erg verdrietig. Ik keek toen vaak op mijn leven terug en ik gaf mezelf vaak de schuld en vroeg me af waarom ik het zover met me had laten komen. Ik voelde me een nietswaardig mens, die anderen altijd last bezorgde. Het lot dat God mij toegedacht had, kon ik in wezen niet accepteren. [inmiddels heeft onze adviseur, Dr. Surachno aan Muhammad geschreven, dat hij zichzelf niet schuldig hoeft te voelen aan zijn situatie. Hij heeft geleden aan wat genoemd wordt Morbus Berger of IgA nephropathy. Deze ziekte sluimert eerst, maar ontwikkelt zich autonoom, los van de levenswijze, en leidt onherroepelijk tot dialyse. js.] Toen ik eraan begon te wennen, dat ik nu geordend moest leven wegens de dialyse tweemaal in de week, begon ik tegelijkertijd de situatie ook prettig te vinden, doordat ik zag, dat er niet weinig mensen hetzelfde lot droegen als ik. In de dialyseruimte waren we als een familie en we vertelden elkaar onze ervaringen over hoe wij nu tegenover het leven stonden. Wij wilden niet beschouwd worden als mensen die na nierfalen tot niets anders in staat waren dan alleen maar te dialyseren. |
|